Onthaal GBO

Uit Eerstelijnszones
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Context[1][2][3][4][5][bewerken | brontekst bewerken]

We merken meer en meer op dat alle organisaties werken in een sterk veranderde maatschappelijke en bestuurlijke context. In de eerste plaats is er een sterk toegenomen druk op het eerstelijns sociaal werk, door toegenomen armoede en bestaansonzekerheid, toegenomen welzijns- en gezondheidsproblemen, demografische evolutie en vergrijzing,… Ook de vermaatschappelijking van de zorg plaatst het eerstelijnswerk voor enorme uitdagingen.

Werken aan een positieve vermaatschappelijking vraagt een sterk ‘partnerschap’ tussen alle actoren op de eerste lijn, niet alleen CAW, DMW en OCMW maar ook de actoren in de eerstelijns gezondheidszorg, de rechtstreeks toegankelijke voorzieningen in de jeugd- en gehandicaptenzorg en het ruimere welzijnswerk. Binnen de ELZ Dender denken we onder andere aan de voorstelling van 5 soorten van onthaal binnen onze ELZ : Geïntegreerd Breed Onthaal, Functie 1 Art. 107, Zorgplatform , Huis van het Kind en Woonzorgpunt.

In het kader van de reorganisatie van de eerste lijn en het lokaal sociaal beleid krijgen de CAW’s, de DMW en OCMW’s de opdracht om een geïntegreerd breed onthaal te realiseren. CAW, DMW en OCMW worden hierbij aangesproken als kernactoren onder regie van het lokaal bestuur en in nauwe samenwerking met andere welzijnsorganisaties. Samen gaan we strijd aan tegen onderbescherming en verzekeren we de toegang tot hulp.

Met sociaal werk op de eerstelijn helpen de drie kernactoren mensen met al hun vragen en problemen die met welzijn te maken hebben. De cliënt/burger staat centraal met zijn eigen verhaal en behoeften. Ze bereiken die maatschappelijk kwetsbare burgers elk vanuit een ander perspectief, maar hebben gezamenlijk oog voor moeilijk bereikbare burgers.

Juridisch kader[bewerken | brontekst bewerken]

Artikel 9 van het decreet LSB:[bewerken | brontekst bewerken]

Het lokaal bestuur maakt werk van een maximale toegankelijkheid van de lokale sociale hulp- en dienstverlening voor de bevolking en besteedt daarbij bijzondere aandacht aan onderbescherming. Daartoe bouwt het lokaal bestuur een Sociaal Huis uit. Het Sociaal Huis moet een herkenbaar lokaal aanspreekpunt zijn voor burgers met betrekking tot het aanbod van lokale sociale hulp- en dienstverlening. Vanuit dit Sociaal Huis wordt, onder regie van het lokaal bestuur, een samenwerkingsverband geïntegreerd onthaal gerealiseerd dat minstens het OCMW, CAW en DMW omvat. Het lokaal bestuur kan het geïntegreerd breed onthaal ook realiseren in samenwerking met andere lokale besturen.

Artikel 10 decreet LSB:[bewerken | brontekst bewerken]

De Vlaamse regering bepaalt dat het GBO minstens volgende functies opneemt:

-         neutrale informatie over het aanbod van de lokale sociale hulp – en dienstverlening verstrekken;

-         rechten verkennen;

-         rechten realiseren:

-         hulpvragen verhelderen;

-         neutraal naar de gepaste lokale sociale hulp- en dienstverlening doorverwijzen

Artikel 11 van het decreet LSB:[bewerken | brontekst bewerken]

De Vlaamse regering bepaalt dat het GBO minstens volgende werkingsprincipes hanteert:

-         neutraal, bekend, herkenbaar en zichtbaar zijn voor de burger;

-         generalistisch werken met specialisaties binnen handbereik;

-         outreachend handelen naar kwetsbare groepen;

-         in continuïteit in de hulp- en dienstverlening voorzien;

-         participatief en krachtgericht werken in de hulp- en dienstverlening

Schema Onthaal GBO

Regie van het lokale bestuur[bewerken | brontekst bewerken]

De meerwaarde van het GBO ten aanzien van de burger ligt in de realisatie van meer synergie tussen de werking van de kernactoren. Het GBO is daartoe een middel, maar geen doel op zich. Dat betekent dat we het GBO niet verengen tot een apart op zich staand onthaalpunt, omdat dit alleen maar een bijkomende stap in het hulpverleningstraject van een cliënt zou betekenen.

Het GBO krijgt vorm onder de regie van het lokaal bestuur of een samenwerkingsverband van meerdere lokale besturen in het geval van een bovenlokale samenwerking. Binnen de ELZ Dender heeft er reeds een overleg plaatsgevonden tussen de verschillende kernactoren. Hierbij stonden alle partners, inclusief de verschillende gemeenbesturen, achter het concept van een bovenlokale samenwerking, wel met de nodige aandacht voor specifieke gemeentelijke problematieken.  Via deze regie kunnen er verbindingen gelegd worden tussen het Vlaamse beleid en het lokale beleid, uitgevoerd oor het lokale bestuur en het middenveld.

Door de lokale verkiezingen in oktober 2018, was het voor de lokale besturen en administratie vaak moeilijk om nu al keuzes te maken en al te gaan meewerken in de vormgeving van GBO. We merken nu wel met de nieuwe besturen dat er een draagkracht is voor de uitwerking van een bovenlokaal GBO binnen ELZ Dender.

Uit de eerste reacties binnen de ELZ Dender valt te horen dat zorgpartners het GBO-verhaal aanzien als een welzijnsverhaal. Door dit op tafel te leggen binnen het geheel van ELZ, zorgen we er voordat dit van bij de start een welzijn én zorgverhaal wordt.

Concreet zijn er al enkele afspraken gemaakt en een voorstel tot stappenplan:

  • Algemene kennismaking met elkaars werking en opmaken van portfolio
  • Oprichten van een stuurgroep die kan spreken in de naam van alle partners
  • Werkbezoeken en intervisie opzetten
  • Overdracht naar de medewerkers van alle organisaties
  • Databank/productencatalogus aanleggen die bruikbaar is voor alle medewerkers
  • Infografiek opmaken

Brede functie van onthaal[bewerken | brontekst bewerken]

Kenmerken goed onthaal
Kenmerken goed onthaal

Naast de opdracht die de Eerstelijnszones hebben gekregen vanuit de Vlaamse Overheid naar GBO, willen wij bij ELZ Dender ook stilstaan bij de brede onthaalfunctie die wij vervullen en integreren in de verschillende andere concepten: Huis van het Kind, netwerk geestelijke gezondheidszorg, woonzorgpunt,... Hiervoor is er een werkgroep opgericht en zij hebben zich de vraag gesteld: Wat zijn de kenmerken van een goed onthaal?

Er werd in een vervolgwerkgroep een aantal criteria opgelegd naar identiteit, organisatieprincipes toegekend en competenties opgesomd (zie bijlage).

Uit deze werkgroep blijkt dat er nog nood is aan meer onderlinge afspraken, hoe we elkaar op de hoogte houden van wijzigingen en meer afstemming van procedures en protocollen.

Waar het GBO een pro-actieve houding aanneemt en zeer doelgroepgericht werkt, willen we daarnaast ook inzetten op een breed onthaal waar iedereen terecht kan, voor zowel welzijn- als gezondheidsvragen. Dit kan reeds een bestaand fysiek punt zijn, zoals bv. het huis van het kind. Laat ons duidelijk stellen, wanneer de burger reeds zijn weg weet naar één van deze organisaties hoeft hij niet via een doorverwijzing te werken. Wij blijven ook inzetten op rechtstreekse toegankelijkheid.

Extra informatie is terug te vinden in het ‘Addendum werkgroep onthaal’